|
Interview with Colin
Firth in The Telegraaf, Holland, 1999
By Eric Koch
Voor gek gezet door toneelschrijver in Shakespeare in love
Colin Firth van held tot schlemiel
De
hoofdprijs lonkte. Hij zou de held zijn, prachtige dichterlijke dingen
zeggen en vol passie de mooie jonkvrouw mogen kussen. Maar van het ene
moment op het andere werd Colin Firth niet de winnaar, maar de schlemiel
van het verhaal. Als de zelfingenomen lord Wessex ziet hij zijn aanstaande
bruid Viola (Gwyneth Paltrow) in de armen belanden van een straatarme toneelschrijver
(Joseph Fiennes) in Shakespeare in love. Wat ging er mis? "Ik word
te oud", verzucht Firth.
Het is niet de eerste
keer dat hij een mooie dame in een filmrol naar een ander ziet gaan. Betrekkelijk
recentelijk nog zette Ralph Fiennes, de broer van zijn huidige tegenstrever,
hem hoorntjes op in The English Patient. "Mooie familie",
mokt Colin Firth. Ooit was hij zelf de jeune premier van de Britse cinema,
de adonis in films als Another Country en in Valmont van
Milos Forman. Met regisseur John Madden las hij aanvankelijk voor de hoofdrol
in Shakespeare in love. "Maar na vijf minuten keken we elkaar
aan", kijkt Firth terug, "en we begrepen allebei dat ik niet
de beste keus zou zijn. Shakespeare is een vurige jongeman in de film en
dat ben ik nu eenmaal niet meer..."
Colin Firth: "Lord
Wessex geeft niets om liefde. Een verademing na tien jaar romantische rollen!"
Een beetje tot zijn opluchting eigenlijk. "Na tien jaar raak je
wel eens uitgekeken op romantische rollen.
Je wordt moe van
al dat zuchten. Van de complexe problemen van jeugd en liefde. Wessex geeft
geen bal om liefde. Het gaat hem om de bruidsschat van zijn aanstaande.
Simpel genoeg. Die man wordt niet gehinderd door innerlijke conflicten.
Zijn obstakels worden gevormd door andere mensen of door zijn eigen onvermogen."
"Wessex is
geen man die zijn muze zoekt of een geliefde. Hij heeft blauw bloed, maar
geen geld. En dus kiest hij de dochter van een rijke koopman, die zich
daarmee een adellijke titel voor zijn aanstaande kleinzoon aanschaft. Een
mooie deal voor beiden. Maar voor het bioscooppubliek is Wessex natuurlijk
een schurk, omdat hij Viola haar ware liefde ontneemt."
Firth lacht. "Tja,
het is niet mijn taak om sympathiek over te komen. Ik heb mijn werk goed
gedaan als ik van het doek word gejouwd. Maar tegelijkertijd probeer ik
'm begrijpelijk te maken voor het publiek. Wessex is geen fijnzinnig mens,
maar vergeleken bij veel andere edellieden uit die tijd is hij de slechtste
nog niet. Het feit dat hij in de loop van de film niemand de keel heeft
afgesneden, pleit voor hem. Als de adel in die dagen niet danste, dan waren
ze wel bezig met moorden of complotteren."
"De tijd
van Elizabeth is een onuitputtelijke bron van drama. Een en al seks en
geweld. Om te overleven moest je eelt op je ziel hebben. Zonder geld of
macht was je uiterst kwetsbaar. In alle boeken die ik over die eeuw heb
gelezen ben ik niemand tegengekomen zonder brandende ambitie. Zelfs een
als nobel bekend staande figuur als Francis Bacon werd veroordeeld wegens
omkoping en ook hij offerde moeiteloos mensen op, die 'm ophielden op zijn
weg naar de top."
Firth noemt zich
inmiddels een beetje 'n historicus. "Een van de fascinerende kanten
van mijn vak is dat je bijna spelenderwijs leert over andere tijden en
andere mensen. En dat je kan concluderen dat we in wezen nauwelijks veranderd
zijn. In het westen mogen we inmiddels niet ongestraft mensen meer uit
de weg ruimen, maar ik stel me zo voor dat je je aan de zijde van iemand
als Saddam Hoessein nauwelijks veiliger voelt dan aan het hof van Elizabeth."
Een dikke knipoog
naar het heden geeft Shakespeare in love ook in de geestige tekening
van de strijd om de gunst van het hooggeëerd publiek. "Je
kunt Hollywood moeiteloos vergelijken met de dagen van Shakespeare, waarin
de toeschouwers met seks en geweld naar het theater werd gelokt. Ook toen
was entertainment al een industrie. 't Moest populair zijn. Komedie, met
schuine grappen, daar kwam men op af."
In de egocentrische
acteurs van die dagen herkende Firth moeiteloos collega's van nu. "Je
moet een beetje op jezelf kicken om op het podium te willen staan",
verdedigt hij zijn vak. "Iets in je wil gehoord en gezien worden.
Als dominee zei mijn grootvader al dat je ego nodig had om voor de parochie
te gaan staan."
Komt zijn aanleg
uit die hoek? "Wellicht. Niemand anders trad op. We hebben vooral
medici in de familie." Een pantomime-voorstelling op de lagere
school bepaalde dat Colin niet de spreekwoordelijke dokter in de zaal werd.
"Voor het eerst hoorde ik dat ik iets goed had gedaan", glimlacht
Firth. "Dat was verslavend. Ach, ook als acteur kun je iets van een
dokter zijn, zeg ik wel eens. Als je mensen amuseert, maak je ze een beetje
gezonder."
Article
courtesy of Dolores
|